Islamitische slavenjacht op Europeanen

Vanaf het ontstaan van de islam in de 7e eeuw hebben moslims slavenjachten uitgevoerd op christenen en Europeanen. Vooral in de vorm van Ghazwa’s, plunderingen die via de profeet door de islam zijn gelegitimeerd. Deze slavenjachten hebben tot en met de 19e eeuw in Europa plaatsgevonden. De terreur had grote impact op de bevolking. In de lange periode van meer dan 1000 jaar zijn vele miljoenen Europeanen in slavernij afgevoerd.
Sinds de 9e eeuw heeft Sint Nicolaas de rol van beschermheilige tegen deze slavenjachten. Hij kan slaven uit islamitische slavernij bevrijden. Deze rol is via de legende van Adeodatus tot in de huidige tijd bekend gebleven.

Islamitische Ghazwa, slavenjacht in Europa

Slavenjager

De Sinterklaastraditie is geworteld in de historische context van de islamitische slavenjacht, waarbij diverse moslimgroepen tussen de 7e en 19e eeuw op Europeanen joegen om ze als slaven mee te voeren naar islamitisch gebied. Sint Nicolaas fungeerde in volksverhalen als de christelijke schutspatroon die bescherming bood tegen deze Ghazwa’s (razzia’s).
 
De Ghazwa (plunding, slavenjacht) vindt zijn oorsprong in de pre-islamitische Arabische traditie van tribale razzia’s. De profeet heeft het concept gesystematiseerd tot een religieus en militair instrument voor de expansie van het kalifaat. Dit expansieve systeem vormde gedurende dertien eeuwen, van de vroege veroveringen in de 7e eeuw tot de val van het Ottomaanse Rijk in de 20e eeuw, een constante bedreiging voor Europa.
 
Voor de Europese bevolking ging het om ongeregelde terreureenheden die op onverwachte momenten nachtelijke invallen deden. De Sinterklaastraditie houdt de herinnering levend aan een collectief trauma van miljoenen Europese burgers.

Islamitische slavenjacht in Europa

Moslims hebben vele miljoenen Europeanen gevangen en als slaaf afgevoerd naar islamitisch gebied. Vooral vrouwen en kinderen, waarbij kleine kinderen werden vervoerd in zakken.
Na de ineenstorting van het Ottomaanse rijk in de 20e eeuw is dit aspect van de geschiedenis op de achtergrond geraakt. Maar in de 19e eeuw, ten tijde van de vorming van de huidige Zwarte Piet, was dit nog relevant en bekend. Als gevolg daarvan werd Zwarte Piet vaak weergegeven als moslim.

De Sinterklaastraditie wordt vandaag de dag vaak gezien als een onschuldig kinderfeest, maar de diepere historische wortels ervan liggen in een van de meest ingrijpende en onderbelichte trauma’s van de Europese geschiedenis: de meer dan 1000 jaar lange islamitische slavenjacht. Tussen de zevende en de negentiende eeuw werden miljoenen Europeanen door verschillende moslimgroepen, zoals de Saracenen, Moren, Turken, Tataren en Barbarijse zeerover, van hun familie en vrijheid weggerukt.
 
Omdat moslims volgens hun eigen wetten geen geloofsgenoten als slaaf mochten houden, richtten zij hun vizier op het christelijke Europa. Deze voortdurende dreiging liet diepe sporen na in de psyche van de achterblijvers. De angst voor het verlies van dierbaren en het brute karakter van deze razzia’s transformeerden na verloop van tijd in volksverhalen en tradities, waarin Sint Nicolaas een centrale rol kreeg toebedeeld als de ultieme redder en beschermer tegen de slavenjacht.
 
De historische parallellen tussen deze slavenjachten en de specifieke elementen van het Sinterklaasfeest zijn opvallend en concreet. Zo ontstond in de negende eeuw de legende van Adeodatus, een jongen die door Saracenen was geroofd en als slaaf meegevoerd en door Sint Nicolaas op miraculeuze wijze werd bevrijd en teruggebracht naar zijn ouders. Dit patroon heeft zich eeuwenlang voortgezet.
 
Tijdens de Ottomaanse veroveringen in de Balkan werden de jongste gevangen kinderen in zakken aan de zijkant van paarden vervoerd naar de slavenmarkten van Istanbul. Dit historische beeld verklaart direct de traditionele angst van kinderen voor de zak van Zwarte Piet. Dit was de manier waarop stoute kinderen verdwenen om nooit meer terug te keren. Daarnaast droeg Zwarte Piet rond de vorige eeuwwisseling regelmatig een fez, het toenmalige nationale hoofddeksel van het Ottomaanse Rijk. Destijds was het een directe en algemeen begrepen visuele verwijzing naar de islamitische wereld waaruit de slavenjagers afkomstig waren.
 
Voor de gewone Europese bevolking, die in tegenstelling tot de rijke elite geen geld had om ontvoerde familieleden vrij te kopen, was de hoop op een wonder de enige troost. Sint Nicolaas personifieerde die hoop. De Sinterklaastraditie is een levend historisch monument dat de herinnering aan miljoenen schrijnende, verscheurde gezinnen bewaart. Het feest reflecteert de historische realiteit waarin onze voorouders leefden onder de constante dreiging van overzeese en continentale rooftochten. Het feest getuigt van een gedeeld Europees verleden dat getekend is door overleving, hoop en de zoektocht naar bescherming tegen een ongrijpbare vijand.

Ghazi, islamitische slavenjagers

De Ghazi is de plunderaar/slavenjager die door zijn handelen naar het voorbeeld van de profeet een hoge religieuze status geniet. Hij voert de Ghazwa uit. Daar heeft hij zelf direct voordeel van, want hij mag de buit grotendeels zelf houden. Dit systeem is integraal onderdeel van de islam. Door de eeuwen heen hebben verschillende groepen moslims de slavenjachten in Europa uitgevoerd. Het gaat het om:

In de volgende serie video’s wordt per groep de slavenjacht besproken en wordt getoond hoe deze voortleeft in de Sinterklaastraditie.

Deel 1: De Saracenen

Met de vorming van de islam is het Arabische concept van de Ghazwa, de plundering, integraal onderdeel geworden van de islam. De profeet verbiedt het plunderen van andere moslims. Maar het plunderen van ongelovigen is uitdrukkelijk wél toegestaan en het is een zeer belangrijke factor voor de uitbreiding van de islamitische wereld in de eerste eeuw van de islam. Als gevolg van deze plunderingen op Europees Byzantijns gebied ontstaat de legende van Adeodatus, waarin Sint Nicolaas de christelijke slaaf bevrijdt.

De term “Saraceen” stamt net als “Ghazwa” uit de pre-islamitische tijd. De Romeinen gebruikten de term om de Arabische woestijnnomaden aan te duiden. In de middeleeuwen werd het gebruikt in de algemene betekenis voor “moslim”.
De wereld wordt door de islam verdeeld in de Dar al-islam en de Dar al-harb (Het huis van de islam en het huis van oorlog). De Ghazi’s zijn de strijders in de grenszone’s die het huis van oorlog plunderen om het huis van islam te vergroten.
De Ghazi-strijder is in de praktijk een fundamenteel instrument geworden voor de uitbreiding van de islam. Terwijl plunderingen tussen moslims onderling door de profeet verboden werden, was het overvallen van ongelovigen uitdrukkelijk toegestaan. Dit leidde tot een structureel patroon:
Ghazi’s hielden zich op aan de grenzen van de christelijke gebieden om deze te plunderen en de bewoners als slaven af te voeren. Zodra een gebied door deze voortdurende terreur voldoende was verzwakt en ontvolkt, kwam het officiële leger om het definitief te veroveren. De Ghazi’s schuiven vervolgens door naar de nieuwe grensregio’s.
 
Noord Afrika en Spanje
De verovering van Noord-Afrika en Spanje zijn hier goede voorbeelden van. In de 7e eeuw, na de verovering van Egypte, trokken Ghazi’s westwaarts door Noord-Afrika. In 647 vond een grote plundertocht plaats naar het huidige Tunesië, waarbij de stad Carthago werd geplunderd. Pas enkele decennia later, rond 670 werd het gebied ingenomen en de stad Kairouan werd gesticht. Dit ingelijfde gebied fungeerde vervolgens als nieuwe uitvalsbasis voor Ghazwa’s naar het westen, tot aan de Atlantische kust, totdat het rond 710 volledig was ingenomen en onder controle was.
Vervolgens, in 711, staken geïslamiseerde Berbers over naar Spanje, voor een succesvolle plundering die de weg vrijmaakte voor een veroveringsleger dat in een decennium bijna heel Spanje en delen van Zuid-Frankrijk innam.
Van daaruit werden weer nieuwe Ghazwa’s georganiseerd, waaronder een in 732 naar Tours, met als doel het plunderen van het heiligdom van Sint Maarten. Deze Ghazwa werd gestopt door het Frankische leger onder leiding van Karel Martel.
 
Impact op Europese cultuur
Ook de eilanden in de Middellandse zee werden belaagd, waaronder Sicilië dat toen een belangrijk middelpunt van handel en cultuur was. Na de verovering werd ook Sicilië weer als basis gebruikt voor verdere Ghazwa’s aan de kusten van het Italiaanse vasteland. In de 9e eeuw kreeg Sint Nicolaas in Zuid Italië de rol van beschermer tegen de Ghazwa’s in de vorm van legenden. Daarvan is Adeodatus de bekendste.
Vanuit Europees perspectief waren de Ghazi’s piraten die een existentiële dreiging vormden, vergelijkbaar met de duivel zelf. Zij brachten een type terreur waar Europa nauwelijks tegen was opgewassen. Het betekende de definitieve breuk met de cultuur van de oudheid. De middeleeuwen zijn begonnen met enorme islamitische plunderingen, verwoestingen en deportatie van honderdduizenden mensen.
 
De Ghazi’s hebben een kleine rol gespeeld in de grote veldslagen, waardoor we ze weinig in geschiedenisboeken tegenkomen. Maar ze waren essentieel in de voorbereiding van de aanvallen door de gebieden te verzwakken en te ontvolken. De terreur die ze zaaiden hebben zeer veel impact gehad op de gewone bevolking en is als gevolg daarvan bewaard gebleven in de volkscultuur.

Deel 2: De Moren

Santiago (Sint Jacob) is de beschermheilige van de Reconquista, de herovering van Spanje op de moslims. In de iconografie wordt hij vaak afgebeeld als Matamoros (de Morendoder), rijdend op een wit paard terwijl hij christelijke strijders vanuit de lucht te hulp schiet. Het beeld van een heilige op een schimmel in combinatie met Moren, komt opvallend overeen met onze Sinterklaas. Beide heiligen zijn actief in hetzelfde domein. Ze beschermen tegen de islamitische dreiging. In middeleeuwse toneelstukken is het verband tussen Santiago en Sinterklaas duidelijk herkenbaar en dat verband leeft voort in ons idee dat Sinterklaas uit Spanje komt.

Van de 8e tot de 15e eeuw vonden er op grote schaal slavenjachten plaats op christenen. Deze expedities, in de islamitische wereld bekend als Al-Ṣāʾifa en in het Spaans als Aceifa’s, waren gericht op het maken van buit en het gevangennemen van ongelovigen. Een berucht voorbeeld hiervan was de legerleider Almanzor, die rond het jaar 1000 tientallen van deze tochten leidde. Zijn plundering van Santiago de Compostella in 997 liet een diep litteken achter in het Europese collectieve geheugen.
 
De Cultuur van de Pelgrimsroute
De verspreiding van deze thematiek vond vooral plaats langs de pelgrimsroutes naar Santiago de Compostella. Vanaf de 11e eeuw vermengde de verering van de apostel zich met legenden rond Karel de Grote. Zo werden heldenverhalen gevormd, die meestal gingen over de strijd tegen de islam. Een beroemd voorbeeld is het Roelandslied. Deze verhalen kunnen we zien als een cultureel antwoord op de vernietiging van Santiago de Compostella en in bredere zin; het gevaar van de islam.
Een cruciaal moment voor de Sinterklaascultuur is de publicatie en opvoering van het toneelstuk Le jeu de Saint Nicolas in het jaar 1200 in de stad Atrecht (Arras). Atrecht was een opkomende Vlaamse handelsstad en een belangrijke pleisterplaats op de route naar Santiago de Compostella. In het toneelstuk voert een islamitisch leger een verrassingsaanval uit waarbij christenen worden gedood of als slaven gevangen, met uitzondering van een biddende monnik bij een icoon van Sint Nicolaas. De parallellen met de historische plundering door Almanzor, waarbij de stad werd verwoest maar de monnik bij het graf ongemoeid bleef, zijn frappant. Hier zien we hoe elementen uit de Santiago-cultus werden geïntegreerd in de verering van Sint Nicolaas.
 
De Herkomst van de Begeleider in Noord Frankrijk
De invloed van dit middeleeuwse toneelstuk is tot op de dag van vandaag zichtbaar in de begeleidende figuren rond de Sint. In regio’s rond Atrecht, zoals Lotharingen en Wallonië, wordt de heilige vergezeld door een monniksfiguur, vaak aangeduid als Père Fouettard. Deze figuur, die in vroege versies van het spel een icoon sloeg met een zweep, is direct terug te voeren op de middeleeuwse strijdperken en de beschermende rol van de heilige tegen de slavenjagers.

Sinterklaas goedheiligman
Ook de tekstuele overlevering in volksliedjes bevestigt deze geografische link. In het bekende “Sinterklaas Goedheiligman” wordt de reis naar Spanje bezongen. De tekst luidt:
Sinterklaas goedheiligman,
trek je beste Tabbert an,
rij ermee naar Amsterdam,
van Amsterdam naar Spanje.

In oudere (19e eeuwse) versies van het liedje uit het zuiden van Nederland en uit Belgie, gaat Sinterklaas niet eerst naar Amsterdam, maar direct naar Spanje. In liedjes uit Noord Nederland gaat Sinterklaas wél eerst naar Amsterdam. Dit wijst erop dat het om een route gaat die daadwerkelijk werd afgelegd. Verreweg belangrijkste bestemming in Spanje, in de religieuze context van de heilige Sint Nicolaas, was Santiago de Compostella. Dus kunnen we aannemen dat het in dit liedje om de beroemde pelgrimsroute gaat.
 
Conclusie
De Sinterklaastraditie is een levend monument voor de Europese middeleeuwse geschiedenis. Het is een culturele neerslag van de traumatische ervaringen met de Ghazwa’s en de euforie van de bevrijding. De connectie tussen Spanje, de Moren en de beschermende heilige op het witte paard is geworteld in een realiteit van eeuwenlange strijd en pelgrimage, die diep verankerd ligt in de Europese identiteit.

Deel 3: De Turkse Akinci

De Akinci vormden de voorhoede van de Ottomaanse expansie. In een terroristische strategie van economische en demografische uitputting plunderden zij decennialang christelijke gebieden voordat het officiële leger tot verovering overging. Terwijl deze strijders in de moderne Turkse geschiedschrijving worden geëerd als “Special Forces” herinnert de Europese bevolking hen als de “zwarte ruiters” die dood en verwoesting brachten. In de Balkan wordt Sint Joris geëerd als beschermer tegen de islam. Ook kent hij een legende die precies overeenkomt met de legende van Adeodatus. Sint Joris combineert in de Balkan de rollen die Santiago en Sint Nicolaas in West Europa spelen. Hiermee wordt het idee bevestigd dat christelijke heiligen bescherming bieden tegen de islamitische dreiging.

Eeuwen van geweld hebben diepe sporen nagelaten in de ziel van de Balkanvolkeren. Het leidde tot een fatalistisch levensgevoel dat bekendstaat als het “zwarte lot”. De kleur zwart verwijst niet naar huidskleur, maar naar rampspoed, slavernij en de willekeur van het noodlot dat gezinnen uit elkaar rukte.
Als gevolg van de Ghazwa’s door de Akinci werd Sint Joris de ultieme beschermheer tegen het islamitische gevaar. De legende van Sint Joris die de draak verslaat, was in die tijd geen sprookje, maar een politieke allegorie: de draak was de islam die de christelijke wereld dreigde te verslinden.
Sint Joris kent ook een legende waarin hij een jongen bevrijdt uit islamitische slavernij. Hoewel de naam van de jongen in deze legende niet wordt genoemd, gaat het in essentie om dezelfde legende als Adeodatus.
 
De Orde van de Draak en de Rol van Nicolaas
De existentiele dreiging leidde in de 15e eeuw tot de oprichting van de Orde van de Draak, met Sint Joris als beschermheilige. Een van de leden was Vlad II Dracul, wiens zoon, de beruchte Dracula, een gewelddadige guerrillastrijd voerde tegen de Ottomanen. Het is een geschiedenis van terreur en contraterreur.
Sint Joris combineert de rollen die Santiago en Sint Nicolaas in West-Europa spelen. Hij was de heilige die Europese legers hielp in hun strijd tegen de islam en hij behoedde kinderen voor de ontvoering naar islamitische slavernij. Waar Sint Nicolaas in onze streken vooral een winterfeest is, is Sint Joris in het oosten vooral een lentefeest.
 
Conclusie
In Oost-Europa heeft Sint Nicolaas een andere rol dan in West-Europa. Dat komt niet doordat de islamitische slavernij daar geen rol speelde of dat de bescherming door Sint Nicolaas in het westen een toevallig verschijnsel was. In Oost Europa heeft Sint Joris de rol gekregen. Zijn rol is aantoonbaar zeer vergelijkbaar met die van Sint Nicolaas bij ons. Dit bevestigt de algemene belang en geldigheid van deze interpretatie van de Ghazwa’s en hun impact op de Europese bevolking. In West Europa zijn de Akinci (tot nu toe) vrijwel onbekend. Daar moet verandering in komen om de continuïteit en impact van de islamitische slavenjachten op de Europese cultuur en identiteit in te zien.

Deel 4: De Tataren

Wie vandaag de dag kijkt naar de duistere begeleiders van Sinterklaas, bijvoorbeeld de Oostenrijkse Krampus of de Tsjechische “Konik”, ziet vaak een folkloristisch figuur zonder context. Wie de geschiedenis induikt ontdekt dat zij een directe echo vormen van islamitische slavenjachten. In dit geval door de Tataren van de Krim. Waar Adeodatus de bescherming door Sint Nicolaas verbeeldt, zien we in de Sinterklaastradities van midden Europa de slavenjachten zelf. Zij vormen zeer duidelijke bevestigingen van de historische relevantie van de bescherming door Sint Nicolaas.

De wortels van deze geschiedenis liggen bij de Mongoolse invasies onder Dzjengis Khan en later de Gouden Horde van Batu Khan. De invasie van Hongarije in 1241 liet een demografisch gat achter, waarbij zo’n 50 tot 80 procent van de bevolking is verdwenen. Deels gedood, deels meegevoerd in slavernij.
Toen de Gouden Horde onder Uzbek Khan in de veertiende eeuw de islam als staatsgodsdienst aannam, kregen deze plundertochten, de Ghazwa’s, een religieuze legitimering.
 
Sint Nicolaas als Militair Beschermer
In de orthodoxe wereld, specifiek in het Russische Mozhajsk, leidde dit tot een opvallende verering van Sint Nicolaas. Hier wordt de heilige niet afgebeeld als een strijder met een zwaard in de ene hand en een versterkte stadskern, een Kremlin, in de andere. Hij was de beschermheilige tegen de islamitische nomaden die steden platbrandden en de bevolking in kettingen wegvoerden. Deze militaire rol van Nicolaas is vergelijkbaar met Santiago in Spanje en Sint Joris in de Balkan.
 
De slavenjachten door de Krim-Tataren
Na het uiteenvallen van de Horde bleven de Krim-Tataren als vazallen van het Ottomaanse Rijk deze traditie voortzetten. Kenmerkend voor hun tactiek was dat zij, in tegenstelling tot de plunderaars in Spanje of Anatolië, hun tochten vaak in de winter hielden. Wanneer rivieren en moerassen bevroren waren, konden hun snelle paarden gebieden doorkruisen die anders onbegaanbaar waren. Ze drongen diep vijandelijk gebied binnen om midden in de nacht dorpen te overvallen en mensen te plunderen.
Wie niet kon meekomen in de slavenkaravanen werd gedood; de rest werd honderden kilometers meegevoerd naar de slavenmarkten in de Krim of het Ottomaanse rijk. Tussen de vijftiende en achttiende eeuw hebben de Tataren miljoenen Europeanen uit het huidige Polen, Oekraïne en Rusland gevangen en als slaven verkocht aan de Turken.
 
Reflectie in de volkscultuur: Krampus en Konik
De invloed van deze brute geschiedenis is het meest tastbaar in de folklore van Midden-Europa. In Oostenrijk, waar de Tataren tijdens de belegering van Wenen in 1683 dorpen tot 100 kilometer rond de hoofdstad leegroofden, ontstond een diepe angst voor de “zwarte ruiters uit de hel”. Op negentiende-eeuwse Krampuskaarten zien we de begeleider van de Sint in een rol die griezelig nauwkeurig overeenkomt met historische verslagen: een monster dat vrouwen en kinderen rooft en ze meeneemt in korven of zakken. Ooggetuigen van Tataarse slavenjachten beschreven exact dezelfde methoden Kinderen die in korven aan de flanken van paarden werden vervoerd.
In Polen en Tsjechië is de link nog directer. De Tsjechische ‘Konik’ (het kleine paard) beeldt letterlijk een ruiter uit, vaak aangeduid als ‘Turek’ of ‘Tataar’, compleet met een zwart of rood gezicht en een islamitisch kromzwaard. De tekst op Poolse krampuskaarten spreekt boekdelen: “De duivel heeft het meisje meegenomen naar de hel!” In de context van die tijd stond “de hel” synoniem voor de islamitische slavernij.
 
Conclusie
De Sinterklaastraditie is een levend archief van Europese geschiedenis. De zwart geschminkte begeleiders, de ruiters in de nacht en de angst voor de zak zijn geen willekeurige elementen, maar verwijzingen naar de miljoenen slachtoffers van de islamitische slavenjachten.

Deel 5: De Ottomanen

Het Ottomaanse Rijk was in de kern een Ghazi-staat: een rijk gebouwd op het ideaal van de religieuze grensplunderaar. Van de stichters in de 13e eeuw tot de sultans in de 19e eeuw zat het concept van de slavenvangst diep verankerd in het DNA van de staat. Hoewel de Ghazwa’s werden uitbesteed aan specifieke groepen als de Akinci en Tataren, was het concept van vangst van christelijke slavenvangst ook diep geworteld binnen de Ottomaanse instituties als het leger en de belastingdienst.

De expansie van het Ottomaanse Rijk in christelijk Europa ging hand in hand met grootschalige, institutionele slavernij. Dit gebeurde op drie manieren.
 
Ten eerste door de reguliere legers die na veldslagen zoals bij de val van Constantinopel (1453) steden plunderden volgens de regels van de Ghazwa. Soldaten mochten hun gang gaan als ze maar 1/5 deel van de buit afdroegen aan de sultan. Dit resulteerde in grootschalige plunderingen, vekrachtingen en moorden.

Ten tweede door de inzet van irreguliere troepen zoals de Akinci en Tataren, die zich specialiseerden in de roof van Europese burgers. Dit aspect is in eerdere videos behandeld. Deze irreguliere troepen namen het leeuwendeel van de slavenjacht voor hun rekening.

Ten derde kende het rijk de Devshirme, de beruchte ‘bloedbelasting’. Christelijke dorpen moesten periodiek jonge zonen afstaan die, na gedwongen islamisering, als slaafsoldaten in het leger van de sultan belandden. Deze systematische roof van kinderen liet een diep trauma achter in de Europese christelijke gemeenschappen.
 
Perceptie in Europa
Deze praktijken zijn in Europa niet onopgemerkt gebleven. Het probleem was het gebrek aan samenwerking en eenheid om er effectief tegen op te treden. Mensen als de humanist Desiderius Erasmus pleitte voor het voeren van een oorlog tegen de Turken. Hij zag hen als een existentiële bedreiging voor de christelijke beschaving.
Het ontzet van Wenen na de Ottomaanse belegering in 1683 markeert het einde van het existentiële gevaar. Toch bleven de Ottomanen tot diep in de 19e eeuw een bron van terreur in de Balkan. Een berucht voorbeeld is het bloedbad op Chios in 1822, waarbij 100.000 mensen werden vermoord of als slaaf afgevoerd.
 
Mensenroof op Krampuskaarten
Het ontzet van Wenen is bekend en wordt gezien als een Europese triomf. Maar voor Oostenrijkers had het een bittere bijsmaak. De Turken konden vluchten met medeneming van duizenden geroofde Oostenrijkse kinderen. De impact van deze gebeurtenis, samen met vele andere vergelijkbare gevallen van islamitische mensenroof, is nog altijd herkenbaar in de Krampuskaarten.
Hier zien we de methoden van de slavenjacht terug. Vooral vrouwen en kinderen zijn doelwit. Kinderen worden in zakken of korven gestopt en weggevoerd, precies zoals de historische verslagen de Ottomaanse razzia’s beschrijven.
 
Ontwikkeling Sinterklaastraditie
Het is veelzeggend dat deze beelden juist binnen de Sinterklaascontext terechtkwamen. Het bevestigt de rol van Sint Nicolaas als de beschermheilige tegen de slavenjacht. De heidense winterfiguur (de Krampus) smolt samen met de angst voor de actuele slavenrover tot de gemaskerde begeleider die stoute kinderen dreigt mee te nemen.
Volksgebruiken vernieuwen zich door actuele gebeurtenissen zonder hun kern te verliezen. De Sinterklaastraditie is daarmee een levend archief van de strijd tegen de islamitische slavenjacht; een geschiedenis die ook in de Nederlandse context, met de figuur van Zwarte Piet, een diepere betekenislaag blijkt te hebben.

Deel 6: Barbarijse zeerovers

Tussen de 16e en 19e eeuw fungeerden steden als Tripoli, Tunis en Algiers als vazalstaten van het Ottomaanse Rijk. Vanuit deze “Barbarijse kust” voerden moslimpiraten Ghazwa’s uit met handelsvaarders als voornaamste doelwit. De piek van deze piraterij lag in de 17e eeuw. En welk land had in die periode de grootste handelsvloot? Juist. Nederland. Uit bronnen blijkt dat ook de Nederlandse Sinterklaastraditie verband houdt met de islam en de slavenjacht. Bovendien wijzen de bronnen expliciet naar de Barbarijse piraten.

Nederland had de grootste handelsvloot van Europa en was daarom een ultiem slachtoffer. De typische Fluytschepen waarmee zij voeren, waren weliswaar efficiënt voor transport, maar traag en slecht verdedigd.
Professor Robert C. Davis schat dat meer dan 1,5 miljoen Europeanen in Noord-Afrikaanse slavernij belandden. Recent onderzoek door Leendert Joosse bevestigt dat minimaal 19.000 Nederlanders gedurende deze periode als slaaf werden weggevoerd—een getal dat waarschijnlijk slechts een fractie van het werkelijke totaal vormt.
 
Een slaaf uit islamitische slavernij in het boekje van Schenkman
Wanneer Jan Schenkman in 1850 zijn invloedrijke prentenboek Sint Nikolaas en zijn Knecht publiceert, sluit hij naadloos aan bij de eeuwenoude iconografie rond Adeodatus. De bekende illustratie van de Sint achter zijn bureau vertoont een opvallende gelijkenis met een schilderij van Michiel van Musscher uit 1687. Op dat schilderij zien we de Nederlandse diplomaat Thomas Hees, die in Algiers onderhandelde over de vrijkoop van Nederlandse slaven. Hees wordt afgebeeld met attributen uit de Noord-Afrikaanse wereld, waaronder een kromzwaard en een zwarte page.
 
Bronnen
De islamitische connectie wordt verder ondersteund door 19e-eeuwse bronnen. In latere edities van Schenkman draagt de knecht vaak een fez, een typisch Ottomaans hoofddeksel. In de literatuur wordt wél de legende van Adeodatus genoemd en beschreven. Maar van een link met trans-Atlantische slavernij ontbreekt ieder spoor.
De vroegste prent van Sint Nicolaas en een knecht, de “Nieuwe Sint Nicolaas-prent” uit de 2e helft van de 18e eeuw, blijkt te verwijzen naar een schilderij van Cornelis troost uit rond 1740. Hier zien we een islamitische diplomaat en zwarte trompetters. De trompetters lijken te verwijzen naar de zwarte garde van de Marokkaanse sultan.
 
Conclusie
Gedurende meer dan 1000 jaar zien we de legende van Adeodatus in combinatie met de bescherming die Sint Nicolaas biedt tegen islamitische slavenjachten terug in de Europese Sinterklaastraditie.
Ook in de Nederlandse traditie zien we elementen terug, die specifiek verwijzen naar de Barbarijse staten. Dat is precies wat je zou verwachten want veel Nederlanders hebben geleden onder de Barbarijse piraterij, vele duizenden zijn gevangen en nooit meer terug gekomen.

De bevrijde slaaf

De legende van Adeodatus, waarin Sint Nicolaas een jongen bevrijdt uit islamitische slavernij, is een sleutellegende voor de interpretatie van de Sinterklaastraditie. Een belangrijk deel van de eeuwenlange Sint Nicolaasverering kan erop worden teruggevoerd. Ook leeft de legende nog voort in de huidige Nederlandse traditie.
De Adeodatuslegende legt een aantoonbaar verband tussen de islamitische slavenjachten en de verering van Sint Nicolaas. Hij verklaart het beeld van Zwarte piet als luxepage, een beeld dat door activisten vaak wordt uitgelegd als een uitvloeisel van racisme en trans-Atlantische slavernij uit de 19e eeuw. Daarvoor zijn nooit bronnen gevonden. In werkelijkheid is dit aspect meer dan 1000 jaar oud en een gevolg van de, in de 19e eeuw nog altijd actuele, islamitische slavenjachten op Europeanen.

Deel 1: Sint Nicolaas redt Europese slaven

De legende van Adeodatus vormt een cruciale schakel die verklaart waarom Sint-Nicolaas uitgroeide tot de “superheld” van de middeleeuwen.

Legenden zijn in historisch onderzoek zelden feitelijk accuraat, maar ze zijn wel dragers van een diepere culturele boodschap. Ze vangen de emotionele realiteit en de collectieve angsten van een samenleving. Dat deze verhalen eeuwenlang overeind bleven, is geen toeval; ze weerspiegelen vaak een bittere historische realiteit.
 
Gedurende een millennium vonden er in Europa op grote schaal Ghazwa’s (islamitische slavenjachten) plaats, waardoor de angst voor deportatie in slavernij diep in het collectieve geheugen verankerd raakte. In die context functioneerde Sint-Nicolaas als een spiritueel baken van hoop en bevrijding.
 
De legende van Adeodatus
Tijdens de viering van het  sinterklaasfeest overvallen moslims een stad en ontvoeren vele kinderen. Een van de slaven, een jongen genaamd Adeodatus wordt wegens zijn schoonheid aan de emir geschonken als tafelschenker. De jongen blijft terugverlangen naar zijn familie. Vooral een jaar later, exact op de dag van Sinterklaas, is hij doodongelukkig.
Ook zijn ouders zijn diepbedroefd door de situatie en bidden elke dag om hulp. Het jaar daarop weet Sint-Nicolaas op miraculeuze wijze de zoon te bevrijden en hem heelhuids terug te bezorgen bij zijn familie.

 
De bron in Zuid-Italië
De bakermat van deze verering ligt in Zuid-Italië, de regio waar ook de relieken van de heilige in Bari rusten. Dit gebied vormde eeuwenlang de frontlinie tussen de christelijke en islamitische wereld. De honderden zogenaamde “Saracenentorens” die tot op de dag van vandaag aan de Italiaanse kusten te vinden zijn, getuigen van de constante dreiging. Deze wachttorens dienden om de bevolking te waarschuwen voor piraten, zodat men tijdig landinwaarts kon vluchten.
In steden als Bari en Campobasso is de iconografie van Sint-Nicolaas en Adeodatus alomtegenwoordig. Beelden tonen de heilige steevast met een kleine jongen aan zijn zijde, vaak afgebeeld als schenker (als slaaf) of na zijn bevrijding met de karaf nog in zijn hand.
 
De link met de Nederlandse traditie
Hoewel de Italiaanse tradities ver weg lijken, vertonen ze opvallende gelijkenissen met ons Sinterklaasfeest. In de Italiaanse stad Terlizzi wordt bijvoorbeeld een spektakel opgevoerd dat in essentie dezelfde elementen bevat als de Nederlandse traditie: kadootjes, een intocht, een centrale rol voor de heilige en met zijn begeleider en een verwijzing naar de bevrijde slaaf.
 

Deel 2: Sint Nicolaas beschermt al 1000 jaar

Vanaf de elfde eeuw verspreidde de legende van Adeodatus zich over West-Europa. Dit was geen toeval. De opkomst van het verhaal viel samen met de intensivering van de strijd tegen de Moren in Spanje. Gedurende de middeleeuwen en daarna is de legende overal in Europa bekend geworden en gebleven.

Het thema van de bevrijdde slaaf werd in de middeleeuwen breed uitgedragen in tekst en beeld, waaronder in Franse toneelstukken uit de 12e eeuw. In de 13e eeuw verankerde Jacobus de Voragine het verhaal in zijn Legenda Aurea. Als een van de meest gelezen boeken van de middeleeuwen zorgde dit werk ervoor dat de legende van Adeodatus in heel Europa, inclusief de Nederlanden, aantoonbaar bekend werd.
 
Opvallend is hoe we deze geschiedenis in de twintigste eeuw zijn gaan herinterpreteren. Tijdens het Holland Festival in 1973 werd de legende nog opgevoerd, maar de islamitische context was volledig weggepoetst. De “kwade koning” werd een abstract symbool voor het kwaad, in plaats van een specifieke historische vijand. Door dit soort neutraliseringen zijn we de werkelijke betekenis van de traditie uit het oog verloren.

Deel 3: Komt Zwarte Piet hier vandaan?

In de 17e eeuw waren de Ghazi’s in de Middellandse zee en de Atlantische oceaan weer zeer actief. Ze stonden bekend als Barbarijse zeerovers. Ze hadden het niet meer alleen voorzien op kustdorpen, maar ook op vele duizenden Nederlandse zeevaarders. Hoewel Nederland in die periode protestants werd en minder waarde hechtte aan heiligen, bleef de legende van Adeodatus bekend en blijkt Adeodatus zelfs een van de directe voorlopers van Zwarte Piet.

Op het schilderij van Michiel van Musscher uit de 17e eeuw is de Nederlandse diplomaat Thomas Hees te zien. Hees was naar Algiers gereisd om de islamitische piraterij tegen te gaan en Nederlandse slaven vrij te kopen. Op het schilderij zien we hem omringd door attributen uit Algerije, met naast hem een zwarte bediende. Dit is ongetwijfeld een Afrikaanse jongen die Hees op een Algerijnse slavenmarkt heeft gekocht c.q. bevrijd uit islamitische slavernij.
 
In het boekje van Schenkman
Ongeveer 200 jaar later zien we dit beeld terug in het prentenboek van Schenkman, die vaak wordt gezien als de grondlegger van de moderne Sinterklaas. Op basis van de specifieke details als het geweer en het kromzwaard die aan de muur hangen kunnen we opmaken dat het beeld op het schilderij is gebaseerd. Het kromzwaard verwijst direct naar de islam, iets wat in de 19e eeuw ongetwijfeld zo werd herkend. Met de jongen bij de Sint wordt dus Adeodatus bedoeld. Hij is, net als bij Hees, bevrijd uit islamitische slavernij.
 
Verhaal van Van Duinkerken
Deze interpretatie wordt bevestigd door een bron uit de 20e eeuw. In 1947 schreef de katholieke priester en hoogleraar Anton van Duinkerken het boekje Geschiedenis van Sinterklaas. Hij vertelt daarin hoe Nicolaas een jongen koopt die gevangen was genomen door piraten. Van Duinkerken refereert hiermee direct aan de legende van Adeodatus. Hij maakt de jongen zwart om het verhaal passend te maken aan de traditie. Hij laat hem daarom expliciet uit het christelijke Ethiopië komen.
Als Van Duinkerken een link had willen leggen met de trans-Atlantische slavernij, had hij de jongen vanuit de West-Afrikaanse kust laten komen. Hij noemt de islam niet, simpelweg omdat die in de 4e eeuw (de tijd van Nicolaas) nog niet bestond. Maar het blijft een verhaal over de bevrijding van een christelijke jongen uit slavernij.
 
Adeodatus in onze traditie
De legende van Adeodatus blijkt zeer belangrijk voor Sinterklaastradities in Europa. Landen in Zuid- en Oost-Europa, zoals Italië, Griekenland, Hongarije en Polen lagen in de frontlinie en herinneren zich de islamitische slavenjacht nog heel bewust. Dat zie je terug in hun tradities. In Nederland is de islamitische slavernij een blinde vlek, waardoor we onze eigen geschiedenis en cultuur onvoldoende begrijpen.

Bekijk de videos van deze webpagina op Youtube. Daar kun je reageren en je abonneren op het kanaal. Ook vind je per video de bronvermeldingen en reacties van andere kijkers.