Volkscultuur en heidense rituelen

De moderne sinterklaastraditie heeft in de 19e eeuw haar huidige vorm gekregen. We zien daarin veel elementen uit de toenmalige volkscultuur terug, zoals de Sinterklaaskermis en het Sint-Nicolaasgilde. Die volkscultuur, en specifiek het Sinterklaasfeest, is op haar beurt terug te voeren op heidense en gekerstende (christelijk gemaakte) rituelen. Om deze traditie echt te begrijpen, moeten we terug naar onze religieuze wortels.

De komediant

In de negentiende eeuw was de Sinterklaaskermis een onmisbaar onderdeel van het Sinterklaasfeest. De wortels van dit fenomeen liggen in de middeleeuwen, waar het begon als kerkmis (de verjaardag van de kerk), in combinatie met een jaarmarkt. Bij Sinterklaaskerken viel dit feest uiteraard op 6 december. In grote steden als Amsterdam en Den Bosch ontwikkelde deze markt zich tot een volkse kermis waar handelaren, publiek en artiesten massaal op afkwamen. De komedianten, die op deze kermissen optraden, zijn van groot belang geweest voor de ontwikkeling van Zwarte Piet.

De komediant van de sinterklaaskermis

De komediant die traditiegetrouw op de Sinterklaaskermis speelde, is een voorloper van Zwarte Piet. Typerende elementen zoals het grappige, dommige en acrobatische gedrag zijn rechtstreeks afkomstig van deze kermisartiesten. Dit geldt eveneens voor hun kenmerkende kleurige kleding, waaronder de pofbroek en de baret met veer.

Wie wil begrijpen waar de kleding, de baret-met-veer en het clowneske gedrag van Zwarte Piet vandaan komen, moet niet naar de koloniale geschiedenis kijken, maar naar de historische sinterklaaskermis. De vroegmoderne komediant is een onmisbare schakel in de vorming van Zwarte Piet.
 
Komedie op de kermis
Gedurende de zeventiende en achttiende eeuw waren Sinterklaasmarkten en kermissen zeer populair. Vooral de Amsterdamse Sinterklaaskermis was een gigantisch volksfeest waar rondreizende artiesten en komedianten hun kunsten vertoonden. Zij speelden kluchten in de stijl van de Italiaanse Commedia dell’Arte. De spil van deze verhalen waren de populaire, komische knechten zoals Harlekijn, Polichinelle en Pierrot. Historische bronnen, waaronder een schilderij van Matthijs Naiveu uit 1703, laten zien dat deze figuren destijds al onlosmakelijk met het sinterklaasfeest verbonden waren.
 
Omdat het in het protestantse Nederland destijds verboden was om als katholieke bisschop over straat te gaan werd Sinterklaas in de vroege negentiende eeuw in de praktijk vaak zélf uitgebeeld als zwarte boeman of als zo’n kleurrijke kermiskomediant.
 
Zwarte Pierrot
Toen Jan Schenkman in 1850 het moderne sinterklaasverhaal vormgaf, leende hij zijn beeldtaal rechtstreeks uit de toenmalige sinterklaascultuur. Zijn nieuwe ‘knecht’ vertoonde opvallende gelijkenissen met Pierrot. Binnen die theatertraditie bestond destijds ook een zwarte variant: de ‘Zwarte Pierrot’, een komediant met een zwartgemaakt gezicht. Aangezien de Franse naam Pierrot in het Nederlands destijds werd vertaald als Piet of Pieter, is de taalkundige en visuele link direct gelegd.
 
Historische bevestiging
Dat deze komedianten de echte basis vormen, blijkt ook uit het feit dat ze tot ver in de twintigste eeuw, lang na de introductie van Schenkmans boekje, naast Sinterklaas bleven opduiken op historische foto’s. De herkomst van Zwarte Piet verklaren als een puur postkoloniale karikatuur is dan ook een misvatting die eeuwen aan Europese cultuurgeschiedenis negeert. De pofbroek, de baret en de grappen zijn niet geworteld in koloniaal superioriteitsgevoel, maar stonden al eeuwen op het kermispodium. Deze komediant is een belangrijke voorloper van Zwarte Piet.

Koningsdag, mogelijk verband met Sinterklaas

Van 1840 t/m 1849 was Koning Willem II aan de macht. Hij was jarig op 6 december, dus tijdens Sinterklaas. Gedurende 9 jaar zijn Sinterklaas en Koningsdag tegelijk gevierd. Deze feesten hebben elkaar beïnvloed. De huidige vrijmarkt en de koningsnacht lijken sterk op de Sinterklaaskermis uit de 19e eeuw en vele eeuwen daarvóór. Hoe zit dat?

Op nummer één van de belangrijkste Nederlandse tradities staat Sinterklaas, direct gevolgd door Kerst en Koningsdag. Maar waar Kerst internationaal is, zijn Sinterklaas en Koningsdag uniek voor ons land. Sterker nog: Koningsdag zou weleens voor een groot deel rechtstreeks afkomstig kunnen zijn van de oude Sinterklaastraditie.
 
Als we kijken naar de 17e eeuw werd Sinterklaas heel anders gevierd dan nu. Jongvolwassenen (grofweg tussen 20-30 jaar oud) doken de avond tevoren de kroeg in om te drinken en te feesten. De dag erna was het kermis: een markt waar iedereen vrijuit zijn spullen mocht verkopen en straatartiesten tegen betaling voorstellingen gaven. Dit zien we ook terug op een schilderij uit 1703, waarop komedianten in harlekijn-achtige pakjes het publiek vermaken op een markt vol etenswaren.
 
Bier drinken in de kroeg en de volgende dag een vrijmarkt vol koopwaar en amateurkunstenaars. Klinkt bekend? Dat is exact hoe wij tegenwoordig Koningsnacht en Koningsdag vieren! De volwassen elementen van het oude Sinterklaasfeest zijn in de loop van de 19e eeuw niet verdwenen, maar verhuisd.
 
De historische link bestaat. In 1840 kwam koning Willem II aan de macht. Hij was jarig op 6 december: precies de dag van de Sinterklaaskermis. Negen jaar lang vielen deze feesten dus precies samen. Op vroege filmbeelden van Koningsdag uit 1932 zien we zwartgemaakte komedianten rondlopen, figuren die je eerder bij Sinterklaas verwacht dan bij het koningshuis.

De gildeknecht

In de 19e eeuw is het gildestelsel afgeschaft. Maar daarmee is het niet vergeten. De gilden zijn vanaf de middeleeuwen zeer belangrijk geweest voor de economische ontwikkeling van steden. Het sint Nicolaasgilde was vaak het gilde van de winkeliers. De gildeknecht was een semi-publiek figuur. De typische Zwarte Piet-rol van administratieve knecht is afkomstig van de gildeknecht van het Sint Nicolaasgilde.

De gildeknecht van het Sint Nicolaasgilde

Sint Nicolaas is eeuwenlang de schutspatroon geweest van de kramersgilden, de winkeliers. De gildeknecht van het gilde was een van de gildebroeders en deed werkzaamheden voor het gilde als geheel. Hij had administratieve taken, maar ook een ceremoniële rol. De wetenschap is nog altijd georganiseerd als een gilde en heeft ook een gildeknecht: de pedel.

Sinds de middeleeuwen waren beroepsgroepen georganiseerd in gilden, elk gekoppeld aan een katholieke schutspatroon. Sint Nicolaas was typisch de beschermheilige van de kramers: de winkeliers. Dat weleens wordt geklaagd over het commerciële karakter van Sinterklaas getuigt dan ook van weinig historisch besef. Er is simpelweg geen commerciëlere heilige denkbaar dan Sint Nicolaas.
 
Toen het gildestelsel in de 19e eeuw werd afgeschaft en Jan Schenkman in 1850 zijn beroemde boekje Sint Nikolaas en zijn knecht uitbracht, lag dit systeem nog vers in het geheugen. Nederlanders uit de 19e eeuw dachten bij die titel onwillekeurig aan het Sint Nicolaasgilde en zijn gildeknecht.
 
Interessant genoeg functioneert de wetenschap vandaag de dag nog deels als een gilde. Na een ‘meesterproef’ (het proefschrift) promoveert een kandidaat (gezel) tijdens een strakke ceremonie. De pedel (de gildeknecht) leidt die ceremonie. Aan het eind stampt hij met de pedelstaf, een luxeversie van de roe, op de grond en roept Hora Est.
 
De pedel heeft in feite dezelfde ceremoniële functie als Zwarte Piet bij Sinterklaas. Is hij een slaaf? Welnee. Is hij onderdanig? Ook niet. Hij is de ceremoniemeester en de administratieve helper van de organisatie. De historische gildeknecht is dan ook een duidelijke voorloper van Zwarte Piet. Het verklaart niet alleen zijn rol als organisator, maar ook de herkomst van het ‘Huis van Sinterklaas’, dat oorspronkelijk niets anders was dan het historische Sint Nicolaasgildehuis.

De heidense schrikfiguur

De sinterklaastraditie is een samenvoeging van christelijke en heidense elementen. De heillige bisschop is overduidelijk christelijk. Vrijwel alle rituelen, waaronder het strooien met pepernoten, het zingen bij de schoorsteen, het straffen met de roe, zijn van heidense afkomst. Ook de figuur van Zwarte Piet heeft heidense wortels.

Het Zwarte gezicht, met Arnold Jan Scheer

Wie de Nederlandse Sinterklaastraditie en de figuur van Zwarte Piet echt wil begrijpen, ontkomt niet aan een breder Europees perspectief. Uit de documentaires van Arnold-Jan Scheer blijkt dat de traditie van de zwarte begeleider geen uniek Nederlands verschijnsel is. Overal in Europa, met name in voormalig geïsoleerde berggebieden en eilanden, treffen we nagenoeg dezelfde rituelen aan.

In plaatsen zoals Bad Mittendorf in Oostenrijk daalt Sint Nicolaas de bergen af, geflankeerd door tientallen duivelse gedaanten. Hoewel deze figuren qua gedrag angst inboezemen en kinderen dreigen te ontvoeren, delen ze, net als Zwarte Piet, ook geschenken uit. Zij schenken appels en sinaasappelen; oeroude symbolen van ontkieming en het naderende voorjaar. Het feest is in de kern een overgangsrite rond de jaarwisseling.
 
Diepere betekenis
Een essentieel onderdeel van deze Europese tradities is het zwart maken van het gezicht met een mengsel van roet en vet. In het Noord-Italiaanse Vipiteno (Zuid-Tirol) gaan deze zwartgemaakte duivels hardhandig tekeer. Dit ‘zwarten’ heeft een diepe rituele betekenis: het is een vruchtbaarheidsritueel dat van oudsher gericht was op ongehuwde jonge vrouwen. Het roet brengt geluk. Naast de agressieve duivels duiken in deze processies ook rustigere ‘Moren’ op, die de cadeaus dragen en gekleed zijn in traditionele kostuums.
 
Cultuurhistorische genen
Elke serieuze theorie die Zwarte Piet probeert te verklaren, moet ook deze wijdverspreide Europese varianten kunnen duiden. De gelijkenissen in gedrag, attributen en het gebruik van roet tonen aan dat het hier om dezelfde cultuurhistorische stam gaat. Deze eeuwenoude volksgebruiken zijn diep in de genen van gemeenschappen verankerd. Wie, zoals huidige postkoloniale wetenschappers, dergelijke tradities afbreekt, beschadigt de historische wortels en de sociale cohesie van een bevolking.

De winter en de dood, met Francesco Pepe

Een groot deel van de Sinterklaastraditie kan worden teruggevoerd op Germaanse midwinterrituelen. Om welke rituelen gaat het, wat betekenen ze en hoe kunnen we weten dat ze daar van afstammen? We gaan op zoek naar de diepere lagen van onze cultuur en religie.

Allerheiligen en het Keltisch nieuwjaar

Hoe werkt de kerstening van heidense wintergebruiken in de praktijk? Rond het begin van de winter bestaan veel verschillende gebruiken. Het varieert van het zeer christelijke Allerheiligen tot heidense bedelgebruiken met gemaskerde figuren. Daarnaast zien we half gekerstende tradities als Santa Muerte en Santa Compana én het inmiddels weer geseculariseerde Halloween. Al deze tradities spelen zich af rond 1 november en zijn gebaseerd op het heidense verband tussen de winter en de dood.

In de oude Europese kalender kende het jaar slechts twee seizoenen: zomer en winter. Ze vormden een cyclisch geheel, waarin de winter stond voor de dood en de zomer voor het leven. Het begin van de winter was voor de Kelten het belangrijkste markeringspunt, gevierd tijdens het feest Samhain. In de 8e eeuw besloot de katholieke kerk dit heidense feest doelbewust te ‘kerstenen’ door Allerheiligen te verplaatsen naar 1 november, later in de 10e eeuw gevolgd door Allerzielen op 2 november.

Kerstening of syncretisme
Deze samensmelting van religies noemen we syncretisme. Hoewel het christendom hiermee het heidendom probeerde uit te bannen, zorgde het er paradoxaal genoeg voor dat de oude, heidense elementen tot op de dag van vandaag bewaard zijn gebleven in onze cultuur.
Wanneer we wereldwijd kijken naar tradities rond deze datum, zien we drie universele overblijfselen van deze vroege dodencultus:
 
Het bedelgebruik en de maskers: In regio’s zoals Zuid-Tirol trekken rond 1 november gemaskerde figuren langs de huizen voor eten en drinken, een gebruik dat wij in onze streken kennen van Sint-Maarten. In het volksgeloof beelden deze maskers de zielen van de overledenen uit. Door te dansen en te bewegen ’tricken’ zij de dwalende zielen van het afgelopen jaar om hen te volgen naar het hiernamaals.

De verpakte dodencultus: In katholiek Spanje (met de Santa Compaña) en het modernere Latijns-Amerika (met Santa Muerte) zien we dat inheemse heidense tradities zijn versmolten met het katholicisme. Santa Muerte, afgebeeld als een skelet in bruidskleding, is de personificatie van de dood zelf. Het proces van versmelting van indiaanse met katholieke rituelen is identiek aan hoe het Europese heidendom duizend jaar eerder opging in de christelijke tradities.

De geseculariseerde variant: In het protestantse Noord-Amerika werden katholieke heiligen afgewezen, maar overleefde het feest als Halloween (een verbastering van All Hallows’ Eve). Hoewel de religieuze betekenis grotendeels is verdwenen, zijn het sociale aspect en de angstaanjagende mystiek van de dood nog altijd springlevend.
 
Conclusie
Al deze voorbeelden tonen aan dat onze wintertradities, met Sinterklaas voorop, geen oppervlakkige folklore zijn. Ze vormen een diepe historische weerspiegeling van hoe de mens al duizenden jaren omgaat met de overgang van de seizoenen, de cyclus van het leven en de onvermijdelijkheid van de dood. Het feest is onlosmakelijk verweven met onze culturele identiteit.

Sinterklaas

Vaak wordt de zwarte begeleider van Sint Nicolaas gezien als een duivelse figuur die het kwaad vertegenwoordigt. Er blijkt een diepere, universele betekenis achter te zitten: de dood.

Onze winterse Sinterklaastraditie is diep geworteld in een heidens wereldbeeld waarin de geesten van overledenen tijdens de winterperiode terugkeerden naar de wereld van de levenden. Met de kerstening van Europa bestempelden middeleeuwse teksten deze heidense gedaanten als ‘duivels’, maar de connectie met de dood bleef overeind. Zelfs de christelijke heilige Nicolaas is onlosmakelijk met de dood verbonden; denk aan de beroemde elfde-eeuwse legende waarin hij drie vermoorde jongens tot leven wekt uit een pekelvat.
 
Bevestiging door Europese tradities
Waar deze historische lagen in de Nederlandse ‘Zwarte Piet’ zijn samengesmolten tot één figuur, zien we elders in Europa de puzzelstukken nog los van elkaar bestaan:

Polen en Tsjechië: Sinterklaas wordt hier letterlijk vergezeld door de Dood zelf, die verschijnt als skelet met een zeis (onze Magere Hein).
 
Oostenrijk (Sankt Roman): Tijdens de traditionele processie lopen ‘goede geesten’ in het wit naast wilde, met roet besmeurde ‘zwarte geesten’.
 
Het Zwarte Woud: Hier verschijnen de zogeheten Klausen: witgeklede figuren met witgeschminkte gezichten die expliciet de dood symboliseren.
 
De heidense betekenis van de dood
Opvallend is dat de dood in deze tradities niet louter negatief is. In het oorspronkelijke volksgeloof maakt de dood juist plaats voor nieuw leven. De dodenfiguren dansen met jonge vrouwen en het zwartmaken van de gezichten staat symbool voor vruchtbaarheid. Hoewel hard historisch bewijs complex blijft, stapelen de cultuurhistorische aanwijzingen zich op.
 
Conclusie
Volksgebruiken worden vaak te simplistisch afgedaan als folklore, met als ondertoon dat ze niet serieus genomen hoeven te worden. Dat is onterecht. De evolutie van de dood naar de duivel, en uiteindelijk naar de moderne schrikfiguur, weerspiegelt de religieuze en culturele transformatie van onze samenleving. De Sinterklaastraditie heeft de tand des tijds doorstaan door grote historische verschuivingen in zich op te nemen, zonder haar diepere essentie te verliezen. Het is daarmee een unieke, levende weerspiegeling van onze herkomst en identiteit.

De Germaanse Midwinter

Tijdens de Oostenrijkse Krampuslauf wordt een christelijke bisschop vergezeld door duivelse schrikfiguren. Dit lijkt een christelijk beeld van zonde en straf, maar schijn bedriegt. Onder de kerkelijke laag gaat een eeuwenoude heidense traditie schuil, diep geworteld in de Germaanse midwinter. Dit was een periode waarin niet de duivel, maar de dood en de voorouders centraal stonden.
De rook, de schoorsteen en het wild geraas zijn symbolen voor het contact met de dood, de voorouders en het hiernamaals.

Voor de vroege bewoners van Noord-Europa was de winter een gure periode van schaarste en sterfte. De zonnewende markeerde het absolute dieptepunt van het licht. Volgens de Germaanse kalender was dit een ’tussentijd’ van twaalf nachten, waar het oude jaar was afgelopen, maar het nieuwe nog niet begonnen. Tegenwoordig herkennen we hierin een liminale fase waarin de natuurwetten tijdelijk vervaagden. In dit magische vacuüm werd de grens tussen de wereld van de levenden en de onderwereld dunner, waardoor de geesten van de doden konden terugkeren.
 
Om zich in deze periode te handhaven, ontwikkelden onze voorouders rituelen die we vandaag de dag nog verrassend helder terugzien in onze winterfeesten.
 
Het huiselijke ritueel (De Rooknachten)
Omdat de grens met de onderwereld openstond, sloot men de deuren en werd het huis uitgerookt. Dit was bedoeld om het te reinigen, kwade geesten te weren en om contact te maken met de geesten van de eigen voorouders. Het rookgat in het dak was de toegangspoort waarlangs de geesten het huis betraden. Men maakte het huis netjes en zette extra eten klaar. Onze moderne traditie rond de schoorsteen (de opvolger van het rookgat) is een directe voortzetting van dit voorouderritueel.

Het publieke ritueel (De Wilde Jacht)
Buitenshuis trokken groepen gemaskerde mannen in dierenhuiden luidruchtig door de straten om zich te verbinden met de kracht van de geesten. Dit weerspiegelt de mythe van de ‘Wilde Jacht’: een leger van dode krijgers dat tijdens winterse stormen door de lucht raasde, geleid door Wodan, de heerser over de doden.
 
Kerstening van de rituelen
Toen Europa ruim duizend jaar geleden christelijk werd, kon de Kerk het idee van terugkerende geesten niet accepteren. De rituelen waren echter zo hardnekkig dat ze gedurende de middeleeuwen werden gekerstend in plaats van afgeschaft. De heidense god Wodan en de dolende geesten werden herdefinieerd als de duivel en verdoemde zielen. Het uitroken van het huis was voortaan niet meer bedoeld om voorouders te verwelkomen, maar om demonen te verdrijven.
 
Conclusie
Het Sinterklaasfeest is een uitzonderlijk diep historisch gelaagd fenomeen. Zowel het intieme huiselijke ritueel bij de schoorsteen als de openbare optochten stammen rechtstreeks uit de Germaanse midwinter. Het onvoorspelbare gedrag en het zwarte gezicht van Zwarte Piet zijn via deze weg direct terug te voeren op de roetbesmeurde dodenfiguren uit het verleden. De traditie herinnert ons eraan dat onze cultuur niet is begonnen bij de kerstening, maar dat zij rust op de fundamenten van een veel ouder inheems Europees wereldbeeld.

De heidense Godin Perchta

De mysterieuze Perchta verschijnt elk jaar op de laatste midwinternacht, 6 januari, tegelijk met Driekoningen. Wie is zij en waarom komen haar rituelen zo opvallend overeen met Sinterklaas?
Perchta is geen christelijke heilige en de manier waarop ze verschijnt is vanuit het christendom onverklaarbaar. Zij vormt mogelijk zelfs een directe link naar onze heidense godenwereld.

Onze vertrouwde Sinterklaastraditie maakt deel uit van een diepgeworteld netwerk van Europese winterrituelen. In het Alpengebied stuiten we op een fascinerend en mysterieus personage: Perchta.
 
Een gekerstende godin
Perchta verschijnt als een afschrikwekkende heks met een bezem en een lange, kromme neus. Haar wortels liggen waarschijnlijk in de voorchristelijke tijd. Oorspronkelijk was zij vermoedelijk een prachtige, vruchtbare godin, mogelijk zelfs terug te voeren naar de Germaanse Freya of de Romeinse Diana.
 
De komst van het christendom heeft haar voorkomen drastisch veranderd. Heidense goden werden letterlijk gedemoniseerd; een proces waar overigens ook Sint Nicolaas volgens oude legenden actief aan heeft bijgedragen door heidense tempels te vernietigen.
 
Zo transformeerde Perchta, van prachtige godin en begeleider van de doden naar de onderwereld tot een machtige en angstaanjagende heks. Tijdens de magische midwinternachten, met als hoogtepunt de nacht van 5 op 6 januari, leidt zij de ‘Wilde Jacht’, een dodenleger dat door de lucht raast. In de Alpen vervult zij daarmee de rol die Wodan in onze streken had. Als strenge ‘spinvrouw’ straft ze meisjes die hun winterwerk niet af hebben op bizarre wijze: ze snijdt hun buiken open om ze te vullen met stro en stenen. Zulke extreme straffen wijzen op heidense goddelijke vergelding.
 
De Dualiteit van Winter en Leven
In hedendaagse alpentradities zien we haar dubbele gezicht terug in de dynamiek tussen de Schiachperchten (de woeste, angstaanjagende figuren die de chaos, de dood en de winter verbeelden) en de Schönperchten (ingetogen figuren met reusachtige hoeden en lampionnen die de zomer en de geboorte van het licht vieren). Het is een ritueel over het verschil van dag en nacht, van leven en dood.
 
Europese inheemse cultuur
De invloed van Perchta reikt verder dan de Alpen:

Slovenië: Hier smolt ze samen met de Slavische heks Baba Jaga tot Perchta Baba, een roetveegfiguur die huizen binnendringt, eten opeist en met noten strooit.

Noord-Duitsland: Hier fungeert Knecht Ruprecht als de kinderschrik en metgezel van de Sint; een rol waarin wij in Nederland direct Zwarte Piet herkennen.

Italië: In Midden-Italië brengt de goedaardige heks Befana cadeautjes rond via de schoorsteen tijdens de magische midwinternacht van 6 januari. In het zuidelijke Bari bestrijdt ze in oude legenden zelfs de islamitische bezetter.
 
Conclusie
Al deze figuren en verhalen, van Perchta en Befana tot Ruprecht en onze eigen Sinterklaas, refereren aan dezelfde eeuwenoude fenomenen. Onze Sinterklaastraditie staat niet op zichzelf, maar vormt een prachtig levend onderdeel van een gezamenlijke, inheemse Europese cultuur.

Driekoningen

Tijdens de Driekoningenoptocht in het Spaanse Alcoy strooit een Zwarte Koning op een paard met snoep. Kinderen zetten hun schoen, in de hoop kadootjes te ontvangen. De parallellen met onze Sinterklaastraditie zijn overduidelijk en dat is geen toeval. Beide feesten delen dezelfde heidense wortels uit de midwinterperiode.

Het Bijbelse fundament van Driekoningen (Mattheüs 2) is kort. Wijzen uit het oosten brengen goud, wierook en mirre. Al in de eerste eeuwen transformeerde de vroege kerk dit verhaal. De anonieme wijzen kregen eerst drie leeftijden, en vanaf de zesde eeuw veranderden ze naar koningen van de drie bekende continenten (Europa, Azië en Afrika). In beide gevallen symboliseren ze idee dat christus er voor iedereen is. Nadat de relieken van de koningen in de twaalfde eeuw in Keulen belandden, groeide het feest uit tot een van de belangrijkste cultussen van Europa.

Heidense invloeden
De wijzen droegen op vroege Romeinse afbeeldingen typische Frygische mutsen uit de Mithras-verering. Ze werden gezien als Zoroastrische priesters uit Perzië. Daar komt ook het verhaal van de ster van Bethlehem vandaan.
In Germaanse streken kennen we het ‘sterzingen’ met een sterrenlampion. Dit is een typisch Germaans bedelgebruik tijdens Driekoningen, waarbij men in de winter langs de deuren gaat.
De magische Germaanse huiszegening tegen kwade geesten werd overgenomen in letters CMB (Caspar, Melchior en Balthazar) boven de deur.

De gelijkenis met Sinterklaas: Twee takken van dezelfde stam
Het zetten van de schoen met voedsel voor het paard, het strooien met snoep, en het morele oordeel (cadeaus voor brave kinderen, steenkool of de roe voor stoute kinderen) kennen we ook met onze Sinterklaastrditie.
De opvallende overeenkomsten tonen aan dat beide tradities voortbouwen op dezelfde Indo-Europese wortels: het offeren aan goden en voorouders rond de jaarwisseling om voorspoed af te dwingen.
  
Conclusie
Het feit dat wij in Nederland nauwelijks nog Driekoningen vieren, met cadeaus en Sterzingen, is toe te schrijven aan de enorme populariteit van Sinterklaas. De verschillende Europese midwinterrituelen zijn bij ons samengebald rond 5 december. Sinterklaas en Driekoningen zijn in de kern dezelfde feesten: Deze overeenkomst bevestigt het grotere verhaal over waar onze rituelen vandaan komen en hoe ze zich hebben ontwikkeld.

Bekijk de videos van deze webpagina op Youtube. Daar kun je reageren en je abonneren op het kanaal. Ook vind je per video de bronvermeldingen en reacties van andere kijkers.